Roken is zowel
lichamelijk als
geestelijk verslavend. Een roker raakt daardoor lichamelijk en geestelijk afhankelijk van roken.
Men is lichamelijk afhankelijk van roken, omdat het lichaam gewend is om steeds
nicotine binnen te krijgen. Als het lichaam geen nicotine binnenkrijgt, ontstaan er
ontwenningsverschijnselen. De ontwenningsverschijnselen houden aan tot er een nieuwe sigaret gerookt wordt en het nicotineniveau weer aangevuld is. De ontwenningsverschijnselen houden echter niet oneindig aan: na het definitief stoppen met roken zullen de ontwenningsverschijnselen uiteindelijk verdwijnen. De
ergste dagen zijn meestal de derde en vierde dag.
Rokers zijn ook geestelijk afhankelijk van het roken. Roken is een heel sterke
gewoonte en is vaak sterk geassocieerd met bepaalde situaties, zoals gezelligheid, pauze, ongemak, enzovoorts. Het kost tijd en moeite om een gewoonte af te leren.